| Jaar | Leeftijd: 75 jaar of ouder | Totaal personen |
|---|---|---|
| 2020 | 74,2% | 95,6% |
| 2021 | 79,6% | 97% |
| 2022 | 80% | 96,8% |
| 2023 | 85,8% | 97,8% |
| 2024 | 92% | 98,5% |
| 2025 | 90% | 98,3% |
Bron is het CBS-onderzoek onder personen van 12 jaar en ouder in particuliere huishoudens. Percentages zijn geen advertentiebereik. Geselecteerd kenmerk 21600, indicator ToegangTotInternetThuis_1.
De meetreeks voor 75 jaar of ouder
Voor Leeftijd: 75 jaar of ouder geeft de beschikbare reeks bij ‘Toegang tot internet thuis’ de volgende opeenvolgende uitkomsten: 2020 (74,2%), 2021 (79,6%), 2022 (80%), 2023 (85,8%), 2024 (92%), 2025 (90%). Tussen 2020 en 2025 verandert het gemeten aandeel binnen 75 jaar of ouder met +15,8 procentpunt. Over dezelfde meetpunten bedraagt de landelijke verandering +2,7 procentpunt, van 95,6 procent naar 98,3 procent. De grootste opeenvolgende stap voor deze groep ligt tussen 2023 en 2024 (+6,2 procentpunt). In 2025 loopt het door CBS gegeven 95%-interval voor Leeftijd: 75 jaar of ouder van 87 procent tot 92,4 procent. De breedte van 5,4 procentpunt hoort bij de schatting van 90 procent.
Toegang tot internet thuis bij andere groepen
Binnen het kenmerk leeftijd staat 65 tot 75 jaar met 98,8 procent het dichtst bij 75 jaar of ouder (90 procent). De afstand tot 65 tot 75 jaar op 98,8 procent bedraagt 8,8 procentpunt; tot 35 tot 45 jaar op 99,6 procent is de afstand 9,6 procentpunt. In 2025 zijn in deze vergelijking 6 andere groepen boven 90 procent uitgekomen. De op één decimaal gepubliceerde uitkomst voor 75 jaar of ouder is in deze vergelijking niet gedeeld. Dat verschil is beschrijvend; twee steekproefuitkomsten geven op zichzelf geen bewijs voor een verschil in advertentierespons.
Andere activiteiten binnen dezelfde steekproef
Bij 75 jaar of ouder ligt e-mail gebruiken op 72,8 procent, en dagelijks internetgebruik op 72,6 procent. De groep rapporteert voor goederen of diensten online verkopen 13,6 procent. Tegenover 90 procent voor ‘Toegang tot internet thuis’ levert dat een afstand op van 76,4 procentpunt. Niet iedereen die meetelt bij e-mail gebruiken komt ook voor in ‘Toegang tot internet thuis’. Voor een mediaplan biedt de bron geen uitsplitsing van precies die overlap. Schrijf dus niet dat 75 jaar of ouder via de twee middelen samen 162,8 procent bereik levert.
De grootste absolute afwijking van het landelijke aandeel onder de hier gekozen activiteiten voor 75 jaar of ouder hoort bij sociale netwerken gebruiken: 31,1 procent voor de groep en 76,3 procent voor alle personen samen. Bij internet op een tablet bedraagt dat verschil -0,6 procentpunt. Voor ‘Toegang tot internet thuis’ is de afstand -8,3 procentpunt. In een campagne voor Leeftijd: 75 jaar of ouder zou je daarom een routebeschrijving die je vooraf kunt opslaan apart testen van wat mensen in 2025 in deze enquête rapporteerden.
Test het concrete contactmoment
Voer de uitvoering zo uit: laat op de printversie het huisnummer en de ingang staan. De concrete tegenproef is een bezoeker die onderweg geen verbinding heeft. Combineer de observatie uit die test met de gebruikscijfers voor 75 jaar of ouder: 90 procent bij ‘Toegang tot internet thuis’, 72,8 procent bij e-mail gebruiken. Wat moet je aan de uiting veranderen als iemand het medium wel gebruikt maar de bedoelde handeling niet kan uitvoeren? Gebruik een nieuw testverslag om die vraag te beantwoorden.




