| Jaar | Gestandaardiseerd inkomen: 2e 25%-groep | Totaal personen |
|---|---|---|
| 2020 | 55,4% | 63,5% |
| 2021 | 54% | 63,9% |
| 2022 | 60,8% | 68,3% |
| 2023 | 65,1% | 72% |
| 2024 | 67,2% | 74,3% |
Bron is het CBS-onderzoek onder personen van 12 jaar en ouder in particuliere huishoudens. Percentages zijn geen advertentiebereik. Geselecteerd kenmerk 1020980, indicator OnlineMuziekLuisterenOfDownloaden_20.
De meetreeks voor 2e 25%-groep
Voor Gestandaardiseerd inkomen: 2e 25%-groep geeft de beschikbare reeks bij ‘Online muziek luisteren of downloaden’ de volgende opeenvolgende uitkomsten: 2020 (55,4%), 2021 (54%), 2022 (60,8%), 2023 (65,1%), 2024 (67,2%). Tussen 2020 en 2024 verandert het gemeten aandeel binnen 2e 25%-groep met +11,8 procentpunt. Over dezelfde meetpunten bedraagt de landelijke verandering +10,8 procentpunt, van 63,5 procent naar 74,3 procent. De grootste opeenvolgende stap voor deze groep ligt tussen 2021 en 2022 (+6,8 procentpunt). In 2024 loopt het door CBS gegeven 95%-interval voor Gestandaardiseerd inkomen: 2e 25%-groep van 64,6 procent tot 69,7 procent. De breedte van 5,1 procentpunt hoort bij de schatting van 67,2 procent.
Online muziek luisteren of downloaden bij andere groepen
Binnen het kenmerk gestandaardiseerd inkomen staat 1e 25%-groep met 65,5 procent het dichtst bij 2e 25%-groep (67,2 procent). De afstand tot 1e 25%-groep op 65,5 procent bedraagt 1,7 procentpunt; tot 4e 25%-groep op 83,1 procent is de afstand 15,9 procentpunt. In 2024 zijn in deze vergelijking 2 andere groepen boven 67,2 procent uitgekomen. De op één decimaal gepubliceerde uitkomst voor 2e 25%-groep is in deze vergelijking niet gedeeld. Dat verschil is beschrijvend; twee steekproefuitkomsten geven op zichzelf geen bewijs voor een verschil in advertentierespons.
Andere activiteiten binnen dezelfde steekproef
Bij 2e 25%-groep ligt internet op een laptop op 67,5 procent, en online televisie kijken op 65,9 procent. De groep rapporteert voor internet op een desktop 33,2 procent. Tegenover 67,2 procent voor ‘Online muziek luisteren of downloaden’ levert dat een afstand op van 34 procentpunt. Niet iedereen die meetelt bij internet op een laptop komt ook voor in ‘Online muziek luisteren of downloaden’. Voor een mediaplan biedt de bron geen uitsplitsing van precies die overlap. Schrijf dus niet dat 2e 25%-groep via de twee middelen samen 134,7 procent bereik levert.
De grootste absolute afwijking van het landelijke aandeel onder de hier gekozen activiteiten voor 2e 25%-groep hoort bij andere mobiele apparaten: 51,2 procent voor de groep en 58,8 procent voor alle personen samen. Bij online spellen gebruiken bedraagt dat verschil +0,1 procentpunt. Voor ‘Online muziek luisteren of downloaden’ is de afstand -7,1 procentpunt. In een campagne voor Gestandaardiseerd inkomen: 2e 25%-groep zou je daarom een korte audioboodschap met een begrijpelijke afzender apart testen van wat mensen in 2024 in deze enquête rapporteerden.
Test het concrete contactmoment
Voer de uitvoering zo uit: speel de opname zonder beeld af en laat de luisteraar de merknaam en vervolgstap terugzeggen. De concrete tegenproef is een gesproken webadres dat niemand kan onthouden. Combineer de observatie uit die test met de gebruikscijfers voor 2e 25%-groep: 67,2 procent bij ‘Online muziek luisteren of downloaden’, 67,5 procent bij internet op een laptop. Wat moet je aan de uiting veranderen als iemand het medium wel gebruikt maar de bedoelde handeling niet kan uitvoeren? Gebruik een nieuw testverslag om die vraag te beantwoorden.




