| Jaar | Gestandaardiseerd inkomen: 3e 25%-groep | Totaal personen |
|---|---|---|
| 2020 | 70,4% | 65,4% |
| 2021 | 71,1% | 68,7% |
| 2022 | 70,3% | 67,6% |
| 2023 | 71,8% | 69,5% |
| 2024 | 74% | 71,3% |
Bron is het CBS-onderzoek onder personen van 12 jaar en ouder in particuliere huishoudens. Percentages zijn geen advertentiebereik. Geselecteerd kenmerk 1020990, indicator TelevisieKijken_21.
De meetreeks voor 3e 25%-groep
Voor Gestandaardiseerd inkomen: 3e 25%-groep geeft de beschikbare reeks bij ‘Televisie kijken’ de volgende opeenvolgende uitkomsten: 2020 (70,4%), 2021 (71,1%), 2022 (70,3%), 2023 (71,8%), 2024 (74%). Tussen 2020 en 2024 verandert het gemeten aandeel binnen 3e 25%-groep met +3,6 procentpunt. Over dezelfde meetpunten bedraagt de landelijke verandering +5,9 procentpunt, van 65,4 procent naar 71,3 procent. De grootste opeenvolgende stap voor deze groep ligt tussen 2023 en 2024 (+2,2 procentpunt). In 2024 loopt het door CBS gegeven 95%-interval voor Gestandaardiseerd inkomen: 3e 25%-groep van 71,9 procent tot 76,1 procent. De breedte van 4,2 procentpunt hoort bij de schatting van 74 procent.
Televisie kijken bij andere groepen
Binnen het kenmerk gestandaardiseerd inkomen staat 4e 25%-groep met 80,4 procent het dichtst bij 3e 25%-groep (74 procent). De afstand tot 1e 25%-groep op 60 procent bedraagt 14 procentpunt; tot 4e 25%-groep op 80,4 procent is de afstand 6,4 procentpunt. In 2024 zijn in deze vergelijking 1 andere groepen boven 74 procent uitgekomen. De op één decimaal gepubliceerde uitkomst voor 3e 25%-groep is in deze vergelijking niet gedeeld. Dat verschil is beschrijvend; twee steekproefuitkomsten geven op zichzelf geen bewijs voor een verschil in advertentierespons.
Andere activiteiten binnen dezelfde steekproef
Bij 3e 25%-groep ligt online nieuws lezen op 74,6 procent, en sociale netwerken gebruiken op 74,8 procent. De groep rapporteert voor internet op een desktop 38,9 procent. Tegenover 74 procent voor ‘Televisie kijken’ levert dat een afstand op van 35,1 procentpunt. Niet iedereen die meetelt bij online nieuws lezen komt ook voor in ‘Televisie kijken’. Voor een mediaplan biedt de bron geen uitsplitsing van precies die overlap. Schrijf dus niet dat 3e 25%-groep via de twee middelen samen 148,6 procent bereik levert.
De grootste absolute afwijking van het landelijke aandeel onder de hier gekozen activiteiten voor 3e 25%-groep hoort bij internet op een laptop: 78,6 procent voor de groep en 75 procent voor alle personen samen. Bij online series en films kijken bedraagt dat verschil +0,4 procentpunt. Voor ‘Televisie kijken’ is de afstand +2,7 procentpunt. In een campagne voor Gestandaardiseerd inkomen: 3e 25%-groep zou je daarom een advertentie die ook op afstand te begrijpen is apart testen van wat mensen in 2024 in deze enquête rapporteerden.
Test het concrete contactmoment
Voer de uitvoering zo uit: bekijk het beeld op normale kijkafstand en schrijf op wanneer merk en aanbod herkenbaar worden. De concrete tegenproef is een aanbod waarvan de voorwaarden alleen klein in beeld staan. Combineer de observatie uit die test met de gebruikscijfers voor 3e 25%-groep: 74 procent bij ‘Televisie kijken’, 74,6 procent bij online nieuws lezen. Wat moet je aan de uiting veranderen als iemand het medium wel gebruikt maar de bedoelde handeling niet kan uitvoeren? Gebruik een nieuw testverslag om die vraag te beantwoorden.




