| Jaar | Leeftijd: 55 tot 65 jaar | Totaal personen |
|---|---|---|
| 2020 | 84,6% | 83,9% |
| 2021 | 90,2% | 87,2% |
| 2022 | 92,2% | 88,8% |
| 2023 | 97,6% | 94,5% |
| 2024 | 97% | 95,4% |
| 2025 | 98,2% | 95,5% |
Bron is het CBS-onderzoek onder personen van 12 jaar en ouder in particuliere huishoudens. Percentages zijn geen advertentiebereik. Geselecteerd kenmerk 53900, indicator MobieleTelefoonOfSmartphone_7.
De meetreeks voor 55 tot 65 jaar
Voor Leeftijd: 55 tot 65 jaar geeft de beschikbare reeks bij ‘Mobiele telefoon of smartphone’ de volgende opeenvolgende uitkomsten: 2020 (84,6%), 2021 (90,2%), 2022 (92,2%), 2023 (97,6%), 2024 (97%), 2025 (98,2%). Tussen 2020 en 2025 verandert het gemeten aandeel binnen 55 tot 65 jaar met +13,6 procentpunt. Over dezelfde meetpunten bedraagt de landelijke verandering +11,6 procentpunt, van 83,9 procent naar 95,5 procent. De grootste opeenvolgende stap voor deze groep ligt tussen 2020 en 2021 (+5,6 procentpunt). In 2025 loopt het door CBS gegeven 95%-interval voor Leeftijd: 55 tot 65 jaar van 97,2 procent tot 98,8 procent. De breedte van 1,6 procentpunt hoort bij de schatting van 98,2 procent.
Mobiele telefoon of smartphone bij andere groepen
Binnen het kenmerk leeftijd staat 45 tot 55 jaar met 99,1 procent het dichtst bij 55 tot 65 jaar (98,2 procent). De afstand tot 75 jaar of ouder op 71,5 procent bedraagt 26,7 procentpunt; tot 35 tot 45 jaar op 99,6 procent is de afstand 1,4 procentpunt. In 2025 zijn in deze vergelijking 4 andere groepen boven 98,2 procent uitgekomen. De op één decimaal gepubliceerde uitkomst voor 55 tot 65 jaar is in deze vergelijking niet gedeeld. Dat verschil is beschrijvend; twee steekproefuitkomsten geven op zichzelf geen bewijs voor een verschil in advertentierespons.
Andere activiteiten binnen dezelfde steekproef
Bij 55 tot 65 jaar ligt dagelijks internetgebruik op 98,4 procent, en internet thuis op 99 procent. De groep rapporteert voor internet op een desktop 42,7 procent. Tegenover 98,2 procent voor ‘Mobiele telefoon of smartphone’ levert dat een afstand op van 55,5 procentpunt. Niet iedereen die meetelt bij dagelijks internetgebruik komt ook voor in ‘Mobiele telefoon of smartphone’. Voor een mediaplan biedt de bron geen uitsplitsing van precies die overlap. Schrijf dus niet dat 55 tot 65 jaar via de twee middelen samen 196,6 procent bereik levert.
De grootste absolute afwijking van het landelijke aandeel onder de hier gekozen activiteiten voor 55 tot 65 jaar hoort bij online nieuws lezen: 82,9 procent voor de groep en 75 procent voor alle personen samen. Bij online gezondheidsinformatie zoeken bedraagt dat verschil +0,6 procentpunt. Voor ‘Mobiele telefoon of smartphone’ is de afstand +2,7 procentpunt. In een campagne voor Leeftijd: 55 tot 65 jaar zou je daarom een kort aanvraagformulier op een smal scherm apart testen van wat mensen in 2025 in deze enquête rapporteerden.
Test het concrete contactmoment
Voer de uitvoering zo uit: vul met één hand een fictieve aanvraag in en verbeter één tikfout. De concrete tegenproef is een knop die achter het toetsenbord verdwijnt. Combineer de observatie uit die test met de gebruikscijfers voor 55 tot 65 jaar: 98,2 procent bij ‘Mobiele telefoon of smartphone’, 98,4 procent bij dagelijks internetgebruik. Wat moet je aan de uiting veranderen als iemand het medium wel gebruikt maar de bedoelde handeling niet kan uitvoeren? Gebruik een nieuw testverslag om die vraag te beantwoorden.


