| Jaar | Leeftijd: 65 tot 75 jaar | Totaal personen |
|---|---|---|
| 2020 | 73,2% | 83,9% |
| 2021 | 78,3% | 87,2% |
| 2022 | 82,6% | 88,8% |
| 2023 | 90,8% | 94,5% |
| 2024 | 93,8% | 95,4% |
| 2025 | 93,9% | 95,5% |
Bron is het CBS-onderzoek onder personen van 12 jaar en ouder in particuliere huishoudens. Percentages zijn geen advertentiebereik. Geselecteerd kenmerk 53925, indicator MobieleTelefoonOfSmartphone_7.
De meetreeks voor 65 tot 75 jaar
Voor Leeftijd: 65 tot 75 jaar geeft de beschikbare reeks bij ‘Mobiele telefoon of smartphone’ de volgende opeenvolgende uitkomsten: 2020 (73,2%), 2021 (78,3%), 2022 (82,6%), 2023 (90,8%), 2024 (93,8%), 2025 (93,9%). Tussen 2020 en 2025 verandert het gemeten aandeel binnen 65 tot 75 jaar met +20,7 procentpunt. Over dezelfde meetpunten bedraagt de landelijke verandering +11,6 procentpunt, van 83,9 procent naar 95,5 procent. De grootste opeenvolgende stap voor deze groep ligt tussen 2022 en 2023 (+8,2 procentpunt). In 2025 loopt het door CBS gegeven 95%-interval voor Leeftijd: 65 tot 75 jaar van 92,2 procent tot 95,3 procent. De breedte van 3,1 procentpunt hoort bij de schatting van 93,9 procent.
Mobiele telefoon of smartphone bij andere groepen
Binnen het kenmerk leeftijd staat 55 tot 65 jaar met 98,2 procent het dichtst bij 65 tot 75 jaar (93,9 procent). De afstand tot 75 jaar of ouder op 71,5 procent bedraagt 22,4 procentpunt; tot 35 tot 45 jaar op 99,6 procent is de afstand 5,7 procentpunt. In 2025 zijn in deze vergelijking 5 andere groepen boven 93,9 procent uitgekomen. De op één decimaal gepubliceerde uitkomst voor 65 tot 75 jaar is in deze vergelijking niet gedeeld. Dat verschil is beschrijvend; twee steekproefuitkomsten geven op zichzelf geen bewijs voor een verschil in advertentierespons.
Andere activiteiten binnen dezelfde steekproef
Bij 65 tot 75 jaar ligt dagelijks internetgebruik op 94,3 procent, en e-mail gebruiken op 94,3 procent. De groep rapporteert voor goederen of diensten online verkopen 28,9 procent. Tegenover 93,9 procent voor ‘Mobiele telefoon of smartphone’ levert dat een afstand op van 65 procentpunt. Niet iedereen die meetelt bij dagelijks internetgebruik komt ook voor in ‘Mobiele telefoon of smartphone’. Voor een mediaplan biedt de bron geen uitsplitsing van precies die overlap. Schrijf dus niet dat 65 tot 75 jaar via de twee middelen samen 188,2 procent bereik levert.
De grootste absolute afwijking van het landelijke aandeel onder de hier gekozen activiteiten voor 65 tot 75 jaar hoort bij andere mobiele apparaten: 42,5 procent voor de groep en 59,8 procent voor alle personen samen. Bij online gezondheidsinformatie zoeken bedraagt dat verschil -0,1 procentpunt. Voor ‘Mobiele telefoon of smartphone’ is de afstand -1,6 procentpunt. In een campagne voor Leeftijd: 65 tot 75 jaar zou je daarom een kort aanvraagformulier op een smal scherm apart testen van wat mensen in 2025 in deze enquête rapporteerden.
Test het concrete contactmoment
Voer de uitvoering zo uit: vul met één hand een fictieve aanvraag in en verbeter één tikfout. De concrete tegenproef is een knop die achter het toetsenbord verdwijnt. Combineer de observatie uit die test met de gebruikscijfers voor 65 tot 75 jaar: 93,9 procent bij ‘Mobiele telefoon of smartphone’, 94,3 procent bij dagelijks internetgebruik. Wat moet je aan de uiting veranderen als iemand het medium wel gebruikt maar de bedoelde handeling niet kan uitvoeren? Gebruik een nieuw testverslag om die vraag te beantwoorden.




