| Jaar | Leeftijd: 65 tot 75 jaar | Totaal personen |
|---|---|---|
| 2020 | 60,5% | 78,1% |
| 2021 | 58,6% | 77,9% |
| 2022 | 57,1% | 76,5% |
| 2023 | 62,6% | 81,3% |
| 2024 | 63,4% | 82,1% |
Bron is het CBS-onderzoek onder personen van 12 jaar en ouder in particuliere huishoudens. Percentages zijn geen advertentiebereik. Geselecteerd kenmerk 53925, indicator VideoSOfFilmpjesKijken_22.
De meetreeks voor 65 tot 75 jaar
Voor Leeftijd: 65 tot 75 jaar geeft de beschikbare reeks bij ‘Video’s of filmpjes kijken ’ de volgende opeenvolgende uitkomsten: 2020 (60,5%), 2021 (58,6%), 2022 (57,1%), 2023 (62,6%), 2024 (63,4%). Tussen 2020 en 2024 verandert het gemeten aandeel binnen 65 tot 75 jaar met +2,9 procentpunt. Over dezelfde meetpunten bedraagt de landelijke verandering +4 procentpunt, van 78,1 procent naar 82,1 procent. De grootste opeenvolgende stap voor deze groep ligt tussen 2022 en 2023 (+5,5 procentpunt). In 2024 loopt het door CBS gegeven 95%-interval voor Leeftijd: 65 tot 75 jaar van 59,7 procent tot 66,8 procent. De breedte van 7,1 procentpunt hoort bij de schatting van 63,4 procent.
Video’s of filmpjes kijken bij andere groepen
Binnen het kenmerk leeftijd staat 55 tot 65 jaar met 79,4 procent het dichtst bij 65 tot 75 jaar (63,4 procent). De afstand tot 75 jaar of ouder op 33 procent bedraagt 30,4 procentpunt; tot 12 tot 25 jaar op 98 procent is de afstand 34,6 procentpunt. In 2024 zijn in deze vergelijking 5 andere groepen boven 63,4 procent uitgekomen. De op één decimaal gepubliceerde uitkomst voor 65 tot 75 jaar is in deze vergelijking niet gedeeld. Dat verschil is beschrijvend; twee steekproefuitkomsten geven op zichzelf geen bewijs voor een verschil in advertentierespons.
Andere activiteiten binnen dezelfde steekproef
Bij 65 tot 75 jaar ligt online televisie kijken op 66,5 procent, en internet op een laptop op 59,3 procent. De groep rapporteert voor goederen of diensten online verkopen 26 procent. Tegenover 63,4 procent voor ‘Video’s of filmpjes kijken ’ levert dat een afstand op van 37,4 procentpunt. Niet iedereen die meetelt bij online televisie kijken komt ook voor in ‘Video’s of filmpjes kijken ’. Voor een mediaplan biedt de bron geen uitsplitsing van precies die overlap. Schrijf dus niet dat 65 tot 75 jaar via de twee middelen samen 129,9 procent bereik levert.
De grootste absolute afwijking van het landelijke aandeel onder de hier gekozen activiteiten voor 65 tot 75 jaar hoort bij online series en films kijken: 38,2 procent voor de groep en 70 procent voor alle personen samen. Bij online gezondheidsinformatie zoeken bedraagt dat verschil -0,2 procentpunt. Voor ‘Video’s of filmpjes kijken ’ is de afstand -18,7 procentpunt. In een campagne voor Leeftijd: 65 tot 75 jaar zou je daarom een verticale video die zonder geluid werkt apart testen van wat mensen in 2024 in deze enquête rapporteerden.
Test het concrete contactmoment
Voer de uitvoering zo uit: bekijk de eerste vijf seconden gedempt en controleer of de handeling zelfstandig duidelijk is. De concrete tegenproef is een ondertitel die door de bedieningsbalk wordt afgedekt. Combineer de observatie uit die test met de gebruikscijfers voor 65 tot 75 jaar: 63,4 procent bij ‘Video’s of filmpjes kijken ’, 66,5 procent bij online televisie kijken. Wat moet je aan de uiting veranderen als iemand het medium wel gebruikt maar de bedoelde handeling niet kan uitvoeren? Gebruik een nieuw testverslag om die vraag te beantwoorden.




