| Jaar | Leeftijd: 75 jaar of ouder | Totaal personen |
|---|---|---|
| 2020 | 13,4% | 64,3% |
| 2021 | 17,2% | 67,7% |
| 2022 | 15,6% | 67,5% |
| 2023 | 19,1% | 70,7% |
| 2024 | 21,5% | 70% |
Bron is het CBS-onderzoek onder personen van 12 jaar en ouder in particuliere huishoudens. Percentages zijn geen advertentiebereik. Geselecteerd kenmerk 21600, indicator ProgrammaSFilmsOfSeriesKijken_23.
De meetreeks voor 75 jaar of ouder
Voor Leeftijd: 75 jaar of ouder geeft de beschikbare reeks bij ‘Programma’s, films of series kijken ’ de volgende opeenvolgende uitkomsten: 2020 (13,4%), 2021 (17,2%), 2022 (15,6%), 2023 (19,1%), 2024 (21,5%). Tussen 2020 en 2024 verandert het gemeten aandeel binnen 75 jaar of ouder met +8,1 procentpunt. Over dezelfde meetpunten bedraagt de landelijke verandering +5,7 procentpunt, van 64,3 procent naar 70 procent. De grootste opeenvolgende stap voor deze groep ligt tussen 2020 en 2021 (+3,8 procentpunt). In 2024 loopt het door CBS gegeven 95%-interval voor Leeftijd: 75 jaar of ouder van 18,3 procent tot 25,1 procent. De breedte van 6,8 procentpunt hoort bij de schatting van 21,5 procent.
Programma’s, films of series kijken bij andere groepen
Binnen het kenmerk leeftijd staat 65 tot 75 jaar met 38,2 procent het dichtst bij 75 jaar of ouder (21,5 procent). De afstand tot 65 tot 75 jaar op 38,2 procent bedraagt 16,7 procentpunt; tot 25 tot 35 jaar op 93,3 procent is de afstand 71,8 procentpunt. In 2024 zijn in deze vergelijking 6 andere groepen boven 21,5 procent uitgekomen. De op één decimaal gepubliceerde uitkomst voor 75 jaar of ouder is in deze vergelijking niet gedeeld. Dat verschil is beschrijvend; twee steekproefuitkomsten geven op zichzelf geen bewijs voor een verschil in advertentierespons.
Andere activiteiten binnen dezelfde steekproef
Bij 75 jaar of ouder ligt andere mobiele apparaten op 21,9 procent, en online spellen gebruiken op 24,7 procent. De groep rapporteert voor internet thuis 92 procent. Tegenover 21,5 procent voor ‘Programma’s, films of series kijken ’ levert dat een afstand op van 70,5 procentpunt. Niet iedereen die meetelt bij andere mobiele apparaten komt ook voor in ‘Programma’s, films of series kijken ’. Voor een mediaplan biedt de bron geen uitsplitsing van precies die overlap. Schrijf dus niet dat 75 jaar of ouder via de twee middelen samen 43,4 procent bereik levert.
De grootste absolute afwijking van het landelijke aandeel onder de hier gekozen activiteiten voor 75 jaar of ouder hoort bij online filmpjes kijken: 33 procent voor de groep en 82,1 procent voor alle personen samen. Bij internet op een tablet bedraagt dat verschil +1,8 procentpunt. Voor ‘Programma’s, films of series kijken ’ is de afstand -48,5 procentpunt. In een campagne voor Leeftijd: 75 jaar of ouder zou je daarom een lange uitleg opdelen in zelfstandig kijkbare hoofdstukken apart testen van wat mensen in 2024 in deze enquête rapporteerden.
Test het concrete contactmoment
Voer de uitvoering zo uit: laat iemand via de hoofdstuktitels direct de passage over de kosten terugvinden. De concrete tegenproef is een titelbeeld zonder aanwijzing waar het verhaal naartoe gaat. Combineer de observatie uit die test met de gebruikscijfers voor 75 jaar of ouder: 21,5 procent bij ‘Programma’s, films of series kijken ’, 21,9 procent bij andere mobiele apparaten. Wat moet je aan de uiting veranderen als iemand het medium wel gebruikt maar de bedoelde handeling niet kan uitvoeren? Gebruik een nieuw testverslag om die vraag te beantwoorden.


