| Jaar | Onderwijsniveau: Havo, vwo, mbo2-4 | Totaal personen |
|---|---|---|
| 2020 | 66,9% | 64,3% |
| 2021 | 71,9% | 67,7% |
| 2022 | 70,3% | 67,5% |
| 2023 | 73,3% | 70,7% |
| 2024 | 72,1% | 70% |
Bron is het CBS-onderzoek onder personen van 12 jaar en ouder in particuliere huishoudens. Percentages zijn geen advertentiebereik. Geselecteerd kenmerk 2018740, indicator ProgrammaSFilmsOfSeriesKijken_23.
De meetreeks voor Havo, vwo, mbo2-4
Voor Onderwijsniveau: Havo, vwo, mbo2-4 geeft de beschikbare reeks bij ‘Programma’s, films of series kijken ’ de volgende opeenvolgende uitkomsten: 2020 (66,9%), 2021 (71,9%), 2022 (70,3%), 2023 (73,3%), 2024 (72,1%). Tussen 2020 en 2024 verandert het gemeten aandeel binnen Havo, vwo, mbo2-4 met +5,2 procentpunt. Over dezelfde meetpunten bedraagt de landelijke verandering +5,7 procentpunt, van 64,3 procent naar 70 procent. De grootste opeenvolgende stap voor deze groep ligt tussen 2020 en 2021 (+5 procentpunt). In 2024 loopt het door CBS gegeven 95%-interval voor Onderwijsniveau: Havo, vwo, mbo2-4 van 70 procent tot 74,1 procent. De breedte van 4,1 procentpunt hoort bij de schatting van 72,1 procent.
Programma’s, films of series kijken bij andere groepen
Binnen het kenmerk onderwijsniveau staat Hbo, wo met 80,6 procent het dichtst bij Havo, vwo, mbo2-4 (72,1 procent). De afstand tot Basis, vmbo, mbo1 op 56,8 procent bedraagt 15,3 procentpunt; tot Hbo, wo op 80,6 procent is de afstand 8,5 procentpunt. In 2024 zijn in deze vergelijking 1 andere groepen boven 72,1 procent uitgekomen. De op één decimaal gepubliceerde uitkomst voor Havo, vwo, mbo2-4 is in deze vergelijking niet gedeeld. Dat verschil is beschrijvend; twee steekproefuitkomsten geven op zichzelf geen bewijs voor een verschil in advertentierespons.
Andere activiteiten binnen dezelfde steekproef
Bij Havo, vwo, mbo2-4 ligt online televisie kijken op 73 procent, en internet op een laptop op 74,8 procent. De groep rapporteert voor internet op een desktop 40,1 procent. Tegenover 72,1 procent voor ‘Programma’s, films of series kijken ’ levert dat een afstand op van 32 procentpunt. Niet iedereen die meetelt bij online televisie kijken komt ook voor in ‘Programma’s, films of series kijken ’. Voor een mediaplan biedt de bron geen uitsplitsing van precies die overlap. Schrijf dus niet dat Havo, vwo, mbo2-4 via de twee middelen samen 145,1 procent bereik levert.
De grootste absolute afwijking van het landelijke aandeel onder de hier gekozen activiteiten voor Havo, vwo, mbo2-4 hoort bij productinformatie opzoeken: 96,9 procent voor de groep en 92,9 procent voor alle personen samen. Bij internet op een tablet bedraagt dat verschil +0,1 procentpunt. Voor ‘Programma’s, films of series kijken ’ is de afstand +2,1 procentpunt. In een campagne voor Onderwijsniveau: Havo, vwo, mbo2-4 zou je daarom een lange uitleg opdelen in zelfstandig kijkbare hoofdstukken apart testen van wat mensen in 2024 in deze enquête rapporteerden.
Test het concrete contactmoment
Voer de uitvoering zo uit: laat iemand via de hoofdstuktitels direct de passage over de kosten terugvinden. De concrete tegenproef is een titelbeeld zonder aanwijzing waar het verhaal naartoe gaat. Combineer de observatie uit die test met de gebruikscijfers voor Havo, vwo, mbo2-4: 72,1 procent bij ‘Programma’s, films of series kijken ’, 73 procent bij online televisie kijken. Wat moet je aan de uiting veranderen als iemand het medium wel gebruikt maar de bedoelde handeling niet kan uitvoeren? Gebruik een nieuw testverslag om die vraag te beantwoorden.




